Les verbes irréguliers en -ER: ALLER
Cliquez ici pour voir le tableau de conjugaison.

Complétez les cadres. Cliquez ensuite sur "correction".

Conjuguez

ALLER gaan

indicatif présent

impératif

passé composé
je ik ga ga je ik ben gegaan
tu je gaat tu je bent gegaan
il hij gaat il hij is gegaan
elle ze gaat elle ze is gegaan
on men gaat on men is gegaan
nous we gaan laten we gaan nous we zijn gegaan
vous jullie gaan / u gaat   ga vous jullie zijn gegaan / u bent gegaan
ils ze gaan ils ze zijn gegaan
elles elles

indicatif imparfait

futur simple

conditionnel présent
j' ik ging j' ik zal gaan j' ik zou gaan
tu je ging tu je zult gaan tu je zou gaan
il hij ging il hij zal gaan il hij zou gaan
elle ze ging elle ze zal gaan elle ze zou gaan
on men ging on men zal gaan on men zou gaan
nous we gingen nous we zullen gaan nous we zouden gaan
vous jullie gingen / u ging vous jullie zullen gaan / u zult gaan vous jullie zouden gaan / u zou gaan
ils
ze gingen ils
ze zullen gaan ils
ze zouden gaan