Le verbe
céder
Cliquez ici pour voir le tableau de conjugaison.
Complétez les cadres. Cliquez ensuite sur "correction".
Conjuguez
céder
toegeven
indicatif présent
impératif
passé composé
je
ik geef toe
geef toe
j'
ik heb toegegeven
tu
je geeft toe
tu
je hebt toegegeven
il
hij geeft toe
il
hij heeft toegegeven
elle
ze geeft toe
elle
ze heeft toegegeven
on
men geeft toe
on
men heeft toegegeven
nous
we geven toe
laten we toegeven
nous
we hebben toegegeven
vous
jullie geven toe/ u geeft toe
geef toe
vous
jullie hebben toegegeven / u
hebt toegegeven
ils
ze geven toe
ils
ze hebben
toegegeven
elles
elles
indicatif imparfait
futur simple
conditionnel présent
je
ik gaf toe
je
ik zal toegeven
je
ik zou toegeven
tu
je gaf toe
tu
je zult toegeven
tu
je zou toegeven
il
hij gaf toe
il
hij zal toegeven
il
hij zou toegeven
elle
ze gaf toe
elle
ze zal toegeven
elle
ze zou toegeven
on
men gaf toe
on
men zal toegeven
on
men zou toegeven
nous
we gaven toe
nous
we zullen toegeven
nous
we zouden toegeven
vous
jullie gaven toe / u gaf toe
vous
jullie zullen toegeven / u
zult toegeven
vous
jullie zouden toegeven / u zou
toegeven
ils
ze gaven toe
ils
ze zullen toegeven
ils
ze zouden toegeven
elles
elles
elles
Correction
OK