Le verbe COUDRE
Cliquez ici pour voir le tableau de conjugaison.
Complétez les cadres. Cliquez ensuite sur "correction".
Conjuguez.
coudre
naaien
indicatif présent
impératif
passé composé
je
ik naai
naai
j'
ik heb genaaid
tu
je naait
tu
je hebt genaaid
il
hij naait
il
hij heeft genaaid
elle
ze naait
elle
ze heeft genaaid
on
men naait
on
men heeft genaaid
nous
we naaien
laten we naaien
nous
we hebben genaaid
vous
jullie naaien / u naait
naai
vous
jullie hebben genaaid / u hebt genaaid
ils
ze naaien
ils
ze hebben genaaid
elles
elles
indicatif imparfait
futur simple
conditionnel présent
je
ik naaide
je
ik zal naaien
je
ik zou naaien
tu
je naaide
tu
je zult naaien
tu
je zou naaien
il
hij naaide
il
hij zal naaien
il
hij zou naaien
elle
ze naaide
elle
ze zal naaien
elle
ze zou naaien
on
men naaide
on
men zal naaien
on
men zou naaien
nous
we naaiden
nous
we zullen naaien
nous
we zouden naaien
vous
jullie naaiden / u naaide
vous
jullie zullen naaien / u zult naaien
vous
jullie zouden naaien / u zou naaien
ils
ze naaiden
ils
ze zullen naaien
ils
ze zouden naaien
elles
elles
elles
Correction
OK