Le verbe DIRE

Cliquez ici pour voir le tableau de conjugaison.

Complétez les cadres. Cliquez ensuite sur "correction".

Conjuguez.


dire

zeggen
indicatif présent impératif passé composé
je
ik zeg
zeg j'
ik heb gezegd
tu
je zegt tu
je hebt gezegd
il
hij zegt il
hij heeft gezegd
elle ze zegt elle ze heeft gezegd
on men zegt on men heeft gezegd
nous
we zeggen
laten we zeggen nous
we hebben gezegd
vous
jullie zeggen / u zegt  
zeg vous
jullie hebben gezegd / u hebt gezegd
ils
ze zeggen ils
ze hebben gezegd
elles elles
indicatif imparfait futur simple conditionnel présent
je
ik zei je
ik zal zeggen je
ik zou zeggen
tu
je zei tu
je zult zeggen tu
je zou zeggen
il hij zei il hij zal zeggen il
hij zou zeggen
elle ze zei elle ze zal zeggen elle ze zou zeggen
on men zei on men zal zeggen on men zou zeggen
nous
we zeiden nous
we zullen zeggen nous
we zouden zeggen
vous
jullie zeiden / u zei vous
jullie zullen zeggen / u zult zeggen vous
jullie zouden zeggen / u zou zeggen
ils
ze zeiden ils
ze zullen zeggen ils
ze zouden zeggen
elles elles elles