Les verbes -CER (type PLACER)

Cliquez ici pour voir le tableau de conjugaison.


Complétez les cadres. Cliquez ensuite sur "correction".

Conjuguez


placer

plaatsen

indicatif présent

impératif

passé composé
je
ik plaats
plaats j'
ik heb geplaatst
tu
je plaatst tu
je hebt geplaatst
il
hij plaatst il
hij heeft geplaatst
elle ze plaatst elle ze heeft geplaatst
on men plaatst on men heeft geplaatst
nous
we plaatsen
laten we plaatsen nous
we hebben geplaatst
vous
jullie plaatsen / u plaatst  
plaats vous
jullie hebben geplaatst / u hebt geplaatst
ils
ze plaatsen ils
ze hebben geplaatst
elles elles

indicatif imparfait

futur simple

conditionnel présent
je
ik plaatste je
ik zal plaatsen je
ik zou plaatsen
tu
je plaatste tu
je zult plaatsen tu
je zou plaatsen
il hij plaatste il hij zal plaatsen il
hij zou plaatsen
elle ze plaatste elle ze zal plaatsen elle ze zou plaatsen
on men plaatste on men zal plaatsen on men zou plaatsen
nous
we plaatsten nous
we zullen plaatsen nous
we zouden plaatsen
vous
jullie plaatsten / u plaatste vous
jullie zullen plaatsen / u zult plaatsen vous
jullie zouden plaatsen / u zou plaatsen
ils
ze plaatsten ils
ze zullen plaatsen ils
ze zouden plaatsen
elles elles elles